Kosteloos ingevolge toevoeging, aangevraagd bij de Raad voor de
Rechtsbijstand te … d.d. …
Heden, de …………………………………..2010 (tweeduizendentien), ten verzoeke van …,
wonende te …, te dezer zake woonplaats kiezende te … aan de … ten kantore
van de advocaat mr. …, die in deze zaak voor mijn rekwirant als advokaat
wordt gesteld en als zodanig zal optreden, met het recht van vervanging;
Heb ik,
Krachtens mondelinge last van de Edelachtbare Vrouwe/Heer
Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Den Haag,
GEDAGVAARD IN KORT GEDING:
DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Justitie), waarvan de zetel is
gevestigd te ’s-Gravenhage, aldaar op het parket van de Prokureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden, gebouw Kazernestraat nr. 52, aldaar op dat
Parket mijn exploit doende, sprekende met en afschrift dezes latende aan;
OM:
Op … de … 2010 (tweeduizendentien) des … te … uur in persoon, al dan niet
vertegenwoordigd door een advokaat, te verschijnen ter terechtzitting van de
Edelachtbare Vrouwe/ Heer Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Den Haag,
alsdan en aldaar rechtsprekende in kort geding, welke zitting alsdan zal
worden gehouden in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 aldaar;
MET AANZEGGING:
dat gedaagde een griffierecht van 262 EURO verschuldigd is indien hij
verschijnt ter terechtzitting voornoemd en dat de Edelachtbare Vrouwe/Heer
Voorzieningenrechter een mindering van dit vastrecht kan verlenen na
overlegging aan de Griffier van een verklaring omtrent inkomen en vermogen,
afgegeven door de Burgemeester van de Gemeente alwaar gedaagde woonachtig
is,
dat indien gedaagde niet op de eerste of op een door de Rechter nader
bepaalde datum in het geding verschijnt dan wel verzuimt advokaat te stellen
indien haar dit is aangezegd en de voorgeschreven termijn en formaliteiten
in acht heeft genomen, de Rechter tegen haar verstek zal verlenen en de
vordering zal toewijzen, tenzij hem deze onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
TENEINDE:
Namens mijn rekwirant als eiser in kort geding te horen eis doen en
konkluderen:
1. Eisers zijn bewoners van de woningen aan de … te ….
2. Het Openbaar Ministerie heeft aangekondigd voornemens te zijn de
woningen te doen ontruimen wegens verdenking van overtreding van het per 1
oktober 2010 in werking tredende art. 138a van het Wetboek van Strafrecht,
welke het verbiedt om, kortweg, panden te kraken en op basis van de
bevoegdheid zoals gegeven in art. 551a Sv, dat per diezelfde datum in
werking treedt.
3. Anders dan gedaagde meent, geeft genoemd artikel 551a Sv niet reeds
bij verdenking van overtreding van art. 138a Sr de bevoegdheid om tot
ontruiming over te gaan; anders dan de in hetzelfde artikel genoemde
betredingsbevoegdheid, is het gebruik maken van de ontruimingsbevoegdheid
namelijk niet gekoppeld aan de verdenking van overtreding van art. 138a,
doch aan de wederrechtelijkheid van het verblijf; met andere woorden: de
enkele verdenking van wederrechtelijkheid van verblijf is daartoe
onvoldoende. Immers luidt de wetssystematiek dat indien ‘slechts’ een
bepaalde verdenkingsgraad voldoende is voor het ontstaan van een bepaalde
bevoegdheid om inbreuk te maken op rechten van burgers, deze
verdenkingsgraad uitdrukkelijk genoemd is in het wetsartikel waarin de
bevoegdheid wordt toegekend. Hoewel het er niet met zo veel woorden staat,
moet dan ook worden verondersteld dat voor het ontstaan van genoemde
bevoegdheid vooreerst bewezen moet zijn dat van bedoelde wederrechtelijkheid
sprake is, en gelet op de plaatsing van dit artikel in het Wetboek van
Strafvordering mag een dergelijke bewezenverklaring geacht alleen plaats te
vinden in een strafrechtelijke procedure.
4. Dit standpunt vloeit ook voort uit diverse uitspraken van het
Europese Hof voor de Rechten van de Mens omtrent de reikwijdte van art. 8
EVRM. Zo merkte het Hof in de zaak Gillow — Verenigd Koninkrijk (EHRM, 24
november 1986, 9063/80; A-109) het gebruiksrecht van de woning aan als een
burgerlijk recht zoals neergelegd in art 6 eerste lid EVRM (‘68.(…) the
applicants' right to occupy their own home, which is a civil right within
the meaning of Article 6 § 1. (…)’), zodat de Staat, bij het ontnemen van
dit burgerlijk recht, de minimumnormen uit artikel 6 lid 1 dient na te
leven, wat betekent dat de zaak moet worden behandeld door een onafhankelijk
en onpartijdig gerecht. Voorts oordeelde het EHRM in Samona v. The
Netherlands, 14 september 2010, overweging 88 tot 100, dat de wettelijker
voorzienbaarheid van het verbod op inmenging van enig openbaar gezag op de
huisvrede niet strikt formeel dient te worden uitgelegd, maar dat deze ook
een inhoudelijke uitleg vereisen waarbij de ‘quality of the law’ in de
beoordeling betrokken wordt, wat kan betekenen dat er meer waarborgen moeten
worden gegeven dan direct uit de wet blijkt. Tot slot zij gewezen op de
uitspraak van het EHRM van 2 augustus 1984 in de zaak Malone — Verenigd
Koninkrijk (8691/79; A-82; NJ 1988, 534), waarin met het oog op de
‘foreseeability of the measurements’ wordt gesteld dat ‘ the law must
indicate the scope of any such discretion conferred on the competent
authorities and the manner of its exercise with sufficient clarity, having
regard to the legitimate aim of the measure in question, to give the
individual adequate protection against arbitrary interference.’ De
rechtsbescherming middels een spoedvoorziening als de onderhavige is in
redelijkheid niet als adequate rechtsbescherming in deze zin op te vatten,
al was het maar omdat belangrijke aspecten als het al dan niet vooraf in
kennis stellen van de betrokkenen om tot toepassing van genoemde bevoegdheid
over te gaan, als wel de uitkomst van het geding af te wachten, kennelijk
volgens deze opvatting geheel aan de discretie van de betrokken
opsporingsambtenaar zijn overgelaten.
5. Ter zijde zij opgemerkt dat het niet aan eiser in de onderhavige
procedure is om het ontbreken van wederrechtelijkheid te bewijzen of
aannemelijk te maken; uit de wetssystematiek vloeit voort dat de genoemde
bevoegdheid pas aanwezig kan worden geacht zodra de wederrechtelijkheid van
het verblijf in het pand door eiser c.s. vaststaat; met een dergelijke
systematiek verdraagt zich de opvatting niet dat een gebrek daarin geheeld
zou kunnen worden door een eventueel daartoe ontoereikende procesopstelling
van degene die zich met een geding als het onderhavige wapent tegen
onrechtmatig optreden op deze grond.
6. Deze opvatting over de reikwijdte van de ontruimingsbevoegdheid
vloeit niet enkel voort uit taalkundige en wetsystematische gezichtspunten,
maar heeft ook een belangrijke praktische doelstelling welke de essentie van
onze rechtsstaat raakt, namelijk de vrijwaring van burgers tegen
onrechtmatige overheidsinmenging. Een opvatting over de reikwijdte van deze
bevoegdheid waarbij de enkele verdenking van wederrechtelijk verblijf
voldoende zou zijn voor toepassing van die bevoegdheid, zet de deur
wagenwijd open voor een vergaande vorm van misbruik van deze bevoegdheid,
bijvoorbeeld ten gevolge van onterechte aangiften van het delict van art.
138 a Sr met het enkele oogmerk het O.M. tot gebruikmaking van deze
bevoegdheid te bewegen en daarmee de facto een niet door de wetgever beoogde
wijze van ontruiming zonder enige grond van rechtsbescherming te
bewerkstelligen, welke uitdrukkelijk door de wetgever als ongewenst werd
beschouwd doch waartoe de wetgever onvoldoende in het werk heeft gesteld om
deze te voorkomen. Zo heeft de fractie van D ’66 in de Eerste Kamer
uitdrukkelijk op dit risico gewezen. De initiatiefnemers hebben dit op
volstrekt ontoereikende argumentatie afgewimpeld (EK, vergaderjaar
2009-2010, 31560, C, p. 23).
7. Nu in het onderhavige geval er geen enkel oordeel van de
strafrechter ligt over de wederrechtelijkheid van het verblijf van eiser
c.s. in het pand, dient dan ook geoordeeld te worden dat van een
ontruimingsbevoegdheid in de zin van art. 551a Sv geen sprake is en de
vordering van eiser om deze te verbieden voor toewijzing vatbaar is.
8. Daar komt nog bij dat het onderhavige verblijf in het pand reeds is
aangevangen voor 1 oktober 2010, de datum van inwerkingtreding van de wet,
en dat sindsdien geen wijzigingen in de verblijfspositie van eiser c.s.
hebben plaatsgevonden, zodat als al geoordeeld zou worden dat er sprake is
van wederrechtelijk verblijf in de zin van art. 138a Sr, dit verblijf
kennelijk slechts wederrechtelijk is geworden ten gevolge van de ingang van
de strafbepaling, dan wel er sprake is van strafbaarstelling en een daaraan
gekoppelde ‘strafrechtelijke’ bevoegdheidsattributie van een gedraging die
reeds voordien was aangevangen en uitdrukkelijk niet, of niet als dusdanig,
strafbaar was gesteld en waaraan geen dergelijke bevoegdheidsattributie was
gekoppeld.
9. Dat doet de vraag oproepen of de Staat wel het recht heeft om dat
zonder meer te doen en daarmee niet handelt in strijd met het verbod op
strafbaarstelling met terugwerkende kracht, dan wel dat een dergelijke
strafbaarstelling van de ingebruikname van een woning in het verleden,
althans de strafbaarstelling van het weigeren deze woning te verlaten, in
strijd is met de essentie van het grondwettelijk en verdragsrechtelijk
erkende recht op de onschendbaarheid van de woning. Immers is het weliswaar
op basis van de grondwettelijke en verdragsrechtelijke formuleringen van dit
recht mogelijk om in de wet een inbreuk hierop mogelijk te maken, doch het
lijkt onvoorstelbaar dat de grondwetgever en verdragspartners daarmee voor
ogen hadden een wettelijke inbreuk op dit grondrecht mogelijk te maken die
dusdanig ver gaat, dat daarmee zonder enige vorm van rechtsbescherming en
zonder het bieden van enige vorm van compensatie een in het verleden
gecreëerde niet-wederrechtelijke situatie van gebruik van een woning
bedreigd wordt met volledige ontkenning van enige rechten die uit dit
gebruik voortvloeien. Eiser c.s. menen op deze grond dat de Staat dit recht
niet heeft.
10. Dit brengt eisers primair tot het standpunt dat het gedaagde
verboden dient te worden om tot de gewraakte ontruiming over te gaan.
Subsidiair menen zij dat een dergelijke bevoegdheid pas ontstaat zodra er
sprake is van een onherroepelijk vonnis van de strafrechter waaruit de
wederrechtelijkheid van het verblijf in het pand voortvloeit.
11. Indien u als Voorzieningenrechter het standpunt van eisers in
onderhavige procedure niet deelt, wordt u meer subsidiair verzocht te
verbieden op strafrechtelijke gronden tot de betwiste ontruiming over te
gaan, totdat onherroepelijk in deze zaak is beslist. Dit om te voorkomen dat
een situatie ontstaat zoals deze zich voordeed voorafgaande aan 6 oktober
2009, de dag waarop de Hoge Raad met zijn beslissing een ontruimingspraktijk
als onrechtmatig beoordeelde op basis waarvan in de decennia daarvoor
duizenden panden (kennelijk onrechtmatig) ontruimd waren. Onderhavige
subsidiaire vordering strekt ertoe te voorkomen dat wederom een dergelijke
situatie ontstaat en is dan ook op te vatten als een soort tegenhanger van
de uitvoerbaar bij voorraadverklaring, namelijk om de status quo te bewaren.
12. Gezien het vorenstaande heeft eiser het onderhavige kort geding
aanhangig gemaakt. De zaak is uit zijn aard dan ook spoedeisend.
MITSDIEN:
Het U Edelachtbare Vrouwe/ Heer Voorzieningenrechter behaagt bij vonnis,
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Gedaagde, en via haar de Officier van Justitie te …, te verbieden op
strafrechtelijke gronden tot feitelijke ontruiming van het pand aan de … te
… over te gaan of te doen gaan, waaronder begrepen het verlenen van
medewerken aan overhandiging van het pand aan derden dan wel het niet
optreden tegen huisvredebreuk jegens eiser c.s. gedurende hun afwezigheid,
bijvoorbeeld gedurende de tijd dat eiser c.s. na aanhouding voor verhoor op
een politiebureau verblijven, dit alles althans en subsidiair totdat
eventueel in hoogste instantie door de strafrechter bewezen is verklaard dat
het verblijf van eiser c.s. wederrechtelijk is. Meer subsidiair verzoeken
eisers dit te verbieden totdat onherroepelijk in onderhavige zaak is
beslist.
Met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.
De kosten hiervan zijn voor mij deurwaarder (in debet).
Received on 23 Sep 2010 13:05 uur
Dit document staat op krakenpost.nl
voor de huidige en 11 maanden
het origineel blijft op skwot.dvxs.nl:
http://dvxs.nl/~skwot/{jaar}/{maand}/{nnnn}.html
kop