Directie
Openbare orde en
veiligheid
Beleidsuitgangspunten ontruimen van kraakpanden
OOV/njs/27 september 2010
Inhoud
1. Inleiding
2. Historie
3. Overige titels voor ontruiming
4. Kraakverbod en beleidsuitgangspunten
5. Ontruiming in de praktijk
6. Samenhang tussen ontruiming van kraakpanden en het bestrijden van
leegstand
7. Relevante wetgeving
1. Inleiding
Per 1 oktober 2010 wordt de wet Kraken en leegstand (hierna: kraakwet)
van kracht. Deze nieuwe wet heeft gevolgen voor het beleid van
Amsterdam op het gebied van ontruimingen van kraakpanden. Door de
nieuwe wet is kraken als misdrijf strafbaar gesteld en is de
strafbaarheid niet meer afhankelijk van de duur van de leegstand. De
gevangenisstraffen kunnen worden verhoogd indien er twee of meer
verenigde personen het misdrijf plegen. Tevens kunnen deze straffen
verder oplopen als de groep geweld gebruikt. Daarnaast biedt de wet een
expliciete grondslag voor het ontruimen van gekraakte panden.
Het doel van dit stuk is u uiteen te zetten wat de
beleidsuitgangspunten zijn bij het ontruimen van kraakpanden. Aangezien
het niet helemaal is in te schatten welke gevolgen deze wet met zich
meebrengt, zal met voorschrijdend inzicht bijstelling van het document
kunnen plaatsvinden. Let wel: het gaat hierbij om de panden die
ontruimd worden middels grootschalig politieoptreden. Alle panden die
door de zogenaamde “platte pet” worden ontruimd, kunnen met de
inwerkingtreding van de wet op dezelfde wijze ontruimd worden.
Alvorens de beleidsuitgangspunten toe te lichten, treft u eerst een
korte schets aan van de historie van het ontruimen van kraakpanden.
Daarna zet ik in het kort uiteen de overige titels voor ontruiming.
Vervolgens wordt de nieuwe wet weergegeven, met aansluitend de
beleidsuitgangspunten die gehanteerd worden bij de toepassing van de
wet. Daaropvolgend schets ik de samenhang tussen ontruimingen van
kraakpanden en het bestrijden van leegstand. Tot slot benoem ik de
relevante wetgeving.
2. Historie
Ontruimingsbeleid tot 9 oktober 2009
Tot de uitspraak van de Hoge Raad vorig jaar inzake strafrechtelijke
ontruimingen, werd in Amsterdam ontruimd op civielrechtelijke titel
(a), strafrechtelijke titel (b) of op last van de burgemeester in een
noodsituatie (c).
a. Als de rechter in een vonnis de vordering tot ontruiming toewijst,
rust op de burgemeester een rechtsplicht mee te werken aan de
uitvoering van het ontruimingsvonnis. Immers in een rechtsstaat kan
niet worden toegestaan dat de executant met eigen geweld zijn recht
verwezenlijkt. De uitvoering van een uitspraak van een onafhankelijke
rechter kan evenmin afhankelijk worden gesteld van een bestuurlijke of
politieke toetsing van het vonnis.
b. Ook in geval de officier van justitie van mening is dat er sprake
is van overtreding van het Strafrecht (art. 138 danwel art. 429 sexies
Sr), kan de burgemeester niet in de overwegingen van het OM treden en
rust op de burgemeester de plicht om het besluit van het OM te
respecteren en wordt tot ontruiming overgegaan.
c. Als er sprake is van een onhoudbare situatie (noodsituatie),
bijvoorbeeld door bouwvalligheid, een brandgevaarlijke situatie of de
aanwezigheid van asbest in het pand, moet snel worden opgetreden.
Bewoning en/of gebruik van het pand is dan immers onverantwoord. Dit
betekent dat de krakers onmiddellijk het pand moeten verlaten. Het pand
wordt dan op last van de burgemeester ontruimd (noodbevoegdheden).
Met uitzondering van de noodsituatie en de panden die zonder ME-inzet
ontruimd kunnen worden, zijn verreweg de meeste panden tijdens
zogenaamde ontruimingsrondes ontruimd. De ontruimingsrondes zijn in het
leven geroepen om zodoende de ordeverstoringen te minimaliseren en de
politie-inzet zo optimaal mogelijk te benutten. Immers er was
voortdurend onrust in de stad omdat gedurende het gehele jaar ontruimd
werd.
Daar de burgemeester verantwoordelijk is voor de handhaving van de
openbare orde en veiligheid wordt bij een ontruiming telkens beoordeeld
of de ontruiming tot ernstige verstoringen van de openbare orde zal
leiden. Daarnaast weegt de burgemeester af of de ontruiming tot
onacceptabele risico’s leidt voor het in te zetten (politie)personeel,
de omwonenden of de krakers zelf én of de politie-inzet voor de
ontruiming verantwoord is met het oog op politie-inzet elders in de
stad. Met de komst van de ontruimingsrondes werd de onrust beperkt en
de politie-inzet efficiënter ingezet.
Ook de rechter heeft geoordeeld dat de burgemeester de ruimte heeft om
gelet op de openbare orde en veiligheid in de stad tijdens rondes te
ontruimen en niet verplicht is direct te op te treden (zie casus Blauwe
Reiger).
Daarnaast werd in Amsterdam niet ontruimd voor leegstand, om zo
herkraak te voorkomen én te voorkomen dat de politie meermalen wordt
ingezet voor de ontruiming van hetzelfde pand. De burgemeester is wel
gehouden mee te werken aan de tenuitvoerlegging van een vonnis binnen
de door de rechter gestelde termijn. Maar als de eigenaar binnen deze
termijn niet aannemelijk kon maken dat hij het pand in gebruik ging
nemen, werd de ontruiming van het pand doorgeschoven naar de volgende
ronde.
Gevolg van dit beleid was dat alle partijen wisten waar zij aan toe
waren en elk pand ontruimd werd mits er een titel voor ontruiming was
en aangegeven werd hoe het pand direct na ontruiming door de eigenaar
in gebruik werd genomen. Ook was duidelijk dat deze ontruimingen
tijdens de rondes plaatsvonden.
Ontruimingsbeleid na 9 oktober 2009 tot invoering wet Kraken en
leegstand
De Hoge Raad heeft vorig jaar in zijn arrest geoordeeld dat
strafrechtelijk ontruimen op grond van artikel 429 sexies Sr verboden
is. Daarmee is een einde gekomen aan de decennialange
uitvoeringspraktijk in Amsterdam en aan een vaste rechtspraak van
diverse rechtbanken en hoven.
De HR redeneert in zijn arrest dat krakers, ook al is dat illegaal
gevestigd, huisrecht hebben. Dat huisrecht is een klassiek grondrecht,
beschermd door het EVRM en onze eigen grondwet. Een inbreuk moet in een
formele wet zijn geregeld. Artikel 429 sexies Sr stelt weliswaar
strafbaar het kraken van een pand dat niet langer dan een jaar
leegstaat, maar regelt niets over het ontruimen daarvan.
Vanzelfsprekend is de uitspraak van de HR gerespecteerd en sindsdien
is niet meer op grond van artikel 429 sexies Sr ontruimd. Echter het
arrest laat ruimte voor de stelling dat strafrechtelijke ontruimingen
op grond van artikel 138 Sr wel mogelijk zijn. In het arrest staat dat
als een eigenaar/rechthebbende de woning feitelijk in gebruik heeft,
hij degene is die zich op zijn huisrecht kan beroepen. Kortom: als er
huisrecht is gevestigd, kan geen nieuw huisrecht gevestigd worden.
Krakers tasten derhalve het huisrecht van de eigenaar/rechthebbende aan
door het te kraken. In Amsterdam was besloten om strafrechtelijke
ontruimingen op grond van 138 Sr voor te zetten. Er werd vastgehouden
aan ontruimingsrondes met uitzondering van prangende 138 Sr-zaken,
daartegen wordt direct opgetreden
Na het arrest van de HR bleef het ontruimingsbeleid van kracht met
uitzondering van de strafrechtelijke ontruimingen op basis van 429
sexies Sr.
Ontruimingsbeleid per 1 oktober 2010
Op 1 juni 2010 heeft de Eerste Kamer de wet Kraken en leegstand
aangenomen. De wet treedt op 1 oktober 2010 in werking. De kraakwet
stelt kraken in alle gevallen strafbaar en creëert een
ontruimingsbevoegdheid voor het openbaar ministerie. Daarnaast krijgt
de gemeente extra bevoegdheden ten aanzien van de aanpak van leegstand.
Alvorens de nieuwe wet en de beleidsuitgangspunten van het
ontruimingsbeleid uiteen te zetten, wordt in het volgende hoofdstuk
eerst ingegaan op de overige titels voor ontruiming.
3. Overige titels voor ontruiming
Door de komst van de kraakwet hoeft de eigenaar niet meer naar de
rechter te stappen voor een ontruimingsvonnis. Volstaan kan worden met
het doen van aangifte. De Officier van Justitie zal vervolgens de
aangifte beoordelen. Daarom is de verwachting dat er in de toekomst
(bijna) geen civielrechtelijke ontruimingen meer plaats zullen vinden.
Als een eigenaar van een pand toch nog besluit om naar de civiele
rechter te stappen, en de rechter oordeelt dat ontruimd kan worden, zal
het vonnis net als voor de inwerkingtreding van de wet altijd ten
uitvoer worden gelegd.
Ook de ontruimingen in noodsituaties, op last van de burgemeester,
zullen hoogstwaarschijnlijk afnemen. Immers de burgemeester mag alleen
noodbevoegdheden inzetten als er geen reguliere mogelijkheid is
hetzelfde te bewerkstelligen. Nu er een kraakverbod is, is altijd
strafrechtelijk ontruimen mogelijk en (in principe) geen reden tot het
inzetten van noodbevoegheden.
Gelet op bovenstaand wordt in deze notitie verder alleen stilgestaan
bij het ontruimen op basis van de kraakwet.
4. Kraakverbod en beleidsuitgangspunten
Met de inwerkingtreding van de wet Kraken en leegstand geldt er een
algemeen kraakverbod. Kraken is in de artikelen 138 en 138 a Sr
strafbaar gesteld en overtreding vormt een misdrijf.
Artikel 138 Sr behelst de situatie dat een woning of besloten erf nog
bij een ander in gebruik is; in artikel 138 a Sr is het gebruik van de
woning of het gebouw door de rechthebbende beëindigd. Indien de
Officier van Justitie van mening is dat 138 danwel 138 a Sr overtreden
is, geeft het OM opdracht tot aanhouding van verdachten. Artikel 551 a
Sv geeft de politie en het OM de bevoegdheid om het betreffende pand
ook daadwerkelijk te ontruimen. Als de eigenaar danwel de krakers niet
eens is/zijn met de beslissing van de OvJ, kan een Kort Geding
aangespannen worden. Ook kan een artikel 12 procedure gestart worden
bij het Hof.
Per geval zal worden beoordeeld of gewacht wordt op de uitspraak.
Vanzelfsprekend zal ook in Amsterdam de wet worden uitgevoerd. De
bedoeling van de wet is om eigendom en gebruik van onroerend goed
effectief te beschermen. Met deze wet kunnen veel kraakacties
gemakkelijker worden opgelost.
De wet kent geen overgangsrecht. Dit betekent dat per 1 oktober
aanstaande alle gekraakte panden strafrechtelijk ontruimd kunnen worden
en de krakers kunnen worden aangehouden. Het is echter ondoenlijk om
per 1 oktober alle kraakpanden direct te ontruimen. Daarom wordt bij de
uitvoering van de wet, met het oog op een efficiënte inzet van politie-
en justitiecapaciteit, onderscheid gemaakt in kraakacties die met een
hoge, gemiddelde of lage prioriteit aangepakt moeten worden. Tegen
kraakacties met een hoge prioriteit zal de politie in beginsel binnen
korte tijd – enkele dagen – optreden om de kraak feitelijk te
beëindigen door de krakers aan te houden en het pand te ontruimen.
Kraakacties met een gemiddelde prioriteit zullen in beginsel door de
politie worden beëindigd tijdens één van de ontruimingsrondes.
Kraakacties met een lage prioriteit zullen worden beëindigd indien
politiële en justitiële capaciteit dit toelaten, waarbij op voorhand
geen termijn kan worden gegeven waarbinnen dit in elk geval zal
gebeuren. Van elke kraakactie zal apart worden beoordeeld met welke
prioriteit deze moet worden aangepakt.
Kraakacties met een hoge prioriteit zijn bijvoorbeeld de volgende
zaken:
• De kraak van een pand dat feitelijk bewoond wordt,
bijvoorbeeld door antikraakwachters;
• De kraak van een pand dat op andere wijze in gebruik is.
Ander gebruik kan inhouden: verbouwingen, schilder- of
kluswerkzaamheden, renovatiewerkzaamheden, sloop, gebruik als
wisselwoning of opslagruimte;
• De kraak van een pand waarvan de eigenaar/rechthebbende
verblijft in verpleegtehuis of is overleden terwijl de boedelverdeling
nog plaats vindt;
• De situatie dat krakers in een gekraakt pand ernstige
beschadigingen aanbrengen en/of het pand zwaar barricaderen;
• Als zich een noodsituatie voordoet ten aanzien van een
gekraakt pand, bijvoorbeeld als er ernstig gevaar voor bewoners en/of
omgeving ontstaat. Denk hierbij aan bouwvalligheid, brandgevaar of
aanwezigheid gevaarlijke stoffen.
• Als een kraakpand ernstige, structurele overlast
veroorzaakt.
Kraakacties met een gemiddelde prioriteit zijn bijvoorbeeld de
volgende zaken:
• Kraakacties die zijn uitgevoerd ten aanzien van een pand dat
leeg stond op het moment van de kraak, en de eigenaar ook lange tijd
geen plannen had met het pand maar waarvoor inmiddels een nieuw gebruik
of bewoning is geregeld (voorheen de panden die op civielrechtelijke
titel werden ontruimd);
• Kraakpanden waarin onvergund activiteiten worden ontplooid
die vergunningplichtig zijn of waartegen zou worden opgetreden indien
die plaats zouden vinden in een legaal pand, maar optreden niet
mogelijk is omdat de krakers dit niet toelaten.
Kraakacties met een lage prioriteit zijn bijvoorbeeld de volgende
zaken:
• Kraakacties ten aanzien van leegstaande panden waarvoor door
de eigenaar geen plan voor heringebruikname wordt aangedragen;
• Kraakacties ten aanzien van panden die eerder ontruimd zijn
waarna de eigenaar of gebruiker zich niet heeft gehouden aan gemaakte
afspraken over de heringebruikname waardoor het pand opnieuw is
gekraakt.
Deze prioriteitsstelling betekent dat elk gekraakt pand binnen
afzienbare tijd ontruimd wordt indien de eigenaar of gebruiker van dat
pand aan de redelijke voorwaarde voldoet dat hij het pand na ontruiming
direct in gebruik neemt. Sommige panden worden derhalve met hoge
prioriteit ontruimd, sommige met gemiddelde en andere met lage
prioriteit.
Het in gebruik nemen kan op veel verschillende manieren. Bijvoorbeeld
door het te gaan verbouwen, onbewoonbaar te maken (in geval van een
noodsituatie zoals brandgevaar), te slopen, er antikraak in te zetten,
te gaan verhuren, et cetera. Voor de kraakacties met een hoge
prioriteit is de ingebruikname al op voorhand duidelijk omdat het huis
direct weer bewoond wordt, of de werkzaamheden weer hervat worden.
Opgemerkt wordt dat bij inzet van antikraak, de antikraak wel
substantieel moet zijn; één antikraker in een flatgebouw is niet
afdoende.
De afspraak voor heringebruikname wordt, gelet op ervaringen uit het
verleden, gemaakt om te voorkomen dat een pand wordt herkraakt, waarbij
de politie in korte tijd opnieuw moet optreden om het pand te
ontruimen.
Per geval zal beoordeeld worden in welke categorie een kraak valt. Bij
de beoordeling, bijvoorbeeld van ernstige, structurele overlast, zal de
situatie met o.a. politie-informatie onderbouwd moeten kunnen worden.
Gelet op een efficiënte inzet van de politie- en justitiecapaciteit en
de handhaving van de orde en rust in de stad zal voor de zaken die met
een gemiddelde prioriteit worden vastgehouden aan ontruimingsrondes.
Afhankelijk van het aanbod, vindt een ronde plaats met een minimum van
3 rondes per jaar. De verwachting is dat er in de komende periode een
toename van het aantal te ontruimen panden zal zijn, wat een verhoging
van het aantal rondes betekent. In urgente gevallen zal ook
tussentijdse inzet plaatsvinden.
Ook na de inwerkingtreding van de nieuwe kraakwet geldt dat de
burgemeester de verantwoordelijkheid heeft te beoordelen of de
ontruiming tot ernstige verstoringen van de openbare orde zal leiden.
Daarnaast weegt de burgemeester af of de ontruiming tot onacceptabele
risico’s leidt voor het in te zetten (politie)personeel, de omwonende
of de krakers zelf en of de politie-inzet voor de ontruiming van het
kraakpand verantwoord is met het oog op politie-inzet elders in de
stad.
Over het moment van optreden zal daarom, ook nu, telkens in
driehoeksverband overlegd worden en kan de burgemeester beoordelen
wanneer dat gelet op de situatie in de stad en de capaciteit van de
politie plaats kan vinden.
Als er weerstand wordt verwacht bij de ontruiming, worden omwonende in
beginsel middels een bewonersbrief ingelicht.
5. Ontruiming in de praktijk
In principe is een ieder bevoegd tot aanhouding bij de constatering
van een strafbaar feit op heterdaad, zo ook bij de artikelen 138 en 138
a Sr die kraken strafbaar stellen. De bevoegdheid om een pand te
ontruimen ligt echter uitsluitend bij politie en justitie. In de
praktijk zal het daarom zo zijn dat bij ontdekken van het misdrijf
“kraken” er alleen door de politie zal worden aangehouden en ontruimd.
Er doen zich twee scenario’s voor:
1. het strafbare feit (de kraak) wordt ten tijde van – of kort daarna
ontdekt;
2. het strafbare feit (de kraak) wordt langere tijd nadat deze heeft
plaatsgevonden ontdekt.
Ad 1: de politie is bevoegd om direct op te treden. Echter: steeds zal
vooraf de afweging moeten plaatsvinden of het optreden opportuun is,
gelet op de veiligheid van de politiemensen, de te verwachten
tegenstand en de mate van verstoring van de openbare orde.
In de praktijk zal dit er toe leiden dat de politie in zijn
algemeenheid niet direct zal optreden bij ontdekking van een kraak op
heterdaad, maar per geval voor ontruiming met de driehoekspartners zal
overleggen.
Ad 2: in opdracht van de OvJ worden de krakers aangehouden en het pand
ontruimd. Voor het beleid inzake dit soort ontruimingen, verwijs ik
naar de beleidsuitgangspunten onder hoofdstuk 4.
Omdat kraken strafbaar is als misdrijf, zal bij ontruiming altijd
overgegaan worden tot aanhouding van diegenen die zich in het pand
bevinden.
In tegenstelling tot voorheen hoeft er geen vordering tot verwijdering
uit het pand meer plaats te vinden, immers: zij die zich in het pand
bevinden zijn al wederrechtelijk binnen en plegen een misdrijf. Dat
betekent dat ook diegenen die bij de komst van de politie het gekraakte
pand verlaten zullen worden aangehouden op basis van de nieuwe wet.
Als de politie een kraakactie op heterdaad constateert, zal er in de
regel een verdenking zijn ten aanzien van de artikelen 138 of 138 a Sr.
Om het bestanddeel “wederrechtelijk” in die artikelen te bewijzen, is
het doen van een aangifte echter nog steeds nodig. De
eigenaar/gebruiker dient kort gezegd aan te geven dat hij niet wil dat
de krakers in zijn huis zitten. Daarnaast is de aangifte van belang om
de prioriteit van de kraakzaak te kunnen bepalen.
6. Samenhang tussen ontruiming van kraakpanden en het bestrijden van
leegstand
In de memorie van toelichting van de Wet kraken en leegstand wordt
geconcludeerd dat er voor woonruimte in principe al voldoende
instrumentarium beschikbaar is om leegstand tegen te gaan. De gemeente
Amsterdam bestrijdt de leegstand van woningen op basis van de
Huisvestingswet, de Leegstandwet en de Wet Gemeentelijke Basis
Administratie via bestuursrechtelijke weg. Door invoering van de nieuwe
Wet kraken en leegstand wordt dit bestuursrechtelijk instrumentarium
uitgebreid. De Wet kraken en leegstand biedt, door middel van een
wijziging van de Huisvestingswet, namelijk de mogelijkheid om een
bestuurlijke boete in te zetten bij de meldingsplicht voor de daartoe
in de huisvestingsverordening aangewezen woningen (vergunningplichtige
huurwoningen). Hier kon in de voormalige situatie overigens al een last
onder dwangsom voor worden opgelegd. Er moet nog worden bepaald of van
de nieuwe mogelijkheid om de bestuurlijke boete in te zetten gebruik
zal worden gemaakt. Het college komt hier separaat op terug.
Met betrekking tot de aanpak van leegstand van kantoren, het volgende:
Een gezonde kantorenmarkt kent een leegstand van 4-8%. Deze
frictieleegstand is nodig om verhuizingen, verhuur en verkoop mogelijk
te maken. In Amsterdam staat circa 17% van de kantoorvloeren leeg. Dit
komt neer op 1,3 miljoen vierkante meter, waarvan ongeveer de helft
structureel leegstaat. De gemeente zet zoveel mogelijk middelen in om
deze leegstand terug te brengen. In dat kader wordt gewerkt aan een
actieplan bestrijding leegstand kantoren. De Wet Kraken en Leegstand
biedt de mogelijkheid tot het vaststellen van een leegstandverordening
voor leegstaande gebouwen of gedeelten daarvan, niet zijnde woonruimte.
Gedacht wordt dit instrument gebiedsgericht in te zetten. Nadere
voorstellen hiervoor worden dit najaar aan de raad voorgelegd.
7. Relevante wetgeving
Artikel 138 Sr:
1.Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in
gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar
vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende
aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten
hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2.Hij die zich de toegang heeft verschaft door middel van braak of
inklimming, van valse sleutels, van een valse order of een vals
kostuum, of die, zonder voorkennis van de rechthebbende en anders dan
ten gevolge van vergissing binnengekomen, aldaar wordt aangetroffen in
de voor de nachtrust bestemde tijd, wordt geacht te zijn
binnengedrongen.
3.Indien hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen geschikt om
vrees aan te jagen, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten
hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
4.De in het eerste en derde lid bepaalde gevangenisstraffen kunnen met
een derde worden verhoogd, indien twee of meer verenigde personen het
misdrijf plegen.
Artikel 138a Sr:
1. Hij die in een woning of gebouw, waarvan het gebruik door de
rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk binnendringt of
wederrechtelijk aldaar vertoeft, wordt, als schuldig aan kraken,
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van
de derde categorie.
2. Indien hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen geschikt
om vrees aan te jagen, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten
hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
3. De in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen kunnen
met een derde worden verhoogd, indien twee of meer verenigde personen
het misdrijf plegen.
Artikel 551a Sv:
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de
artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan iedere
opsporings-ambtenaar de desbetreffende plaats betreden. Zij zijn
bevoegd alle personen die daar wederrechtelijk vertoeven, alsmede alle
voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, te verwijderen of
te doen verwijderen.
--------------------------------------------------------------
2009 archief: krakenpost.nl/archief/2009.tar.bz2
Afmelden, e-mail: kraken-post-unsubscribe_at_dvxs.nl
Opnieuw aanmelden: kraken-post-subscribe_at_dvxs.nl
Online Archief: http://www.krakenpost.nl/archief
[27 Sep 17:00u]:271 abonnees
--------------------------------------------------------------
Received on 27 Sep 2010 15:46 uur
Dit document staat op krakenpost.nl
voor de huidige en 11 maanden
het origineel blijft op skwot.dvxs.nl:
http://dvxs.nl/~skwot/{jaar}/{maand}/{nnnn}.html
kop